donderdag 7 april 2011

HOOGTEPUNTEN VAN DE ACHTTIENDE EEUWSE SURINAAMSE SEKSUELE MORAAL


HOOGTEPUNTEN VAN DE ACHTTIENDE EEUWSE SURINAAMSE SEKSUELE MORAAL
October 13 2007 at 11:07 AM
--------------------------------------------------------------------------------

(Artist: William Hogarth Artist's Lifespan: 1697-1764 Title: The Orgy (from The Rake¹s Progress) Date: 1733-34. Location of Origin: England )
HOOGTEPUNTEN VAN DE ACHTTIENDE EEUWSE SURINAAMSE SEKSUELE MORAAL
door egmondcodfried@hotmail.com
In de bronnen van de Surinaamse geschiedenis waaronder het ‘Recueil van Egte Stukken en Bewijzen’ door Salomon Du Plessis, J.J. Mauricius e.v.a. (1752) treft men vele verwijzingen naar de seksuele moraal van de Surinamers. Het werk van Stedman ‘Reize naar Suriname’ (1799) is een secundaire bron die wij kennen in de intensief door de uitgever bewerkte en gecensureerde versie. Het originele manuscript werd in 1988 uitgegeven en wat mij opviel was de meer egalitaire beschrijving van het zogenaamde ‘Surinaams Huwelijk.’ Stedman heeft geen getuigenverslag willen schrijven over de gekleurde, Europese planters en hun in slavernij ontvoerde Afrikanen, meer een zedenschets en een avonturenroman met tal van literaire overdrijvingen. Mijn onderzoek wijst uit dat hij zich voor het beroemde personage van de slavenmeesteres Mevrouw Stolkert, Maria Susanna Du Plessis 1739-1795, baseerde op laster door haar gewezen echtgenoot Stolkert, op roddels, krantenberichten en rechtbankverslagen over andere personen. Stedman was bevriend met Frederick Stolkert en gouverneur Jan Nepveu, de stiefvader van Stolkert, die haar zeer vijandig gezind waren. Men zou zelf kunnen geloven dat de schone, rijke Maria Susanna ‘getooid met de tederste schoonheid gevonden in een vrouw’ Stedman’s avances had afgewezen.
Uit zijn origineel werk maak ik op dat de Surinaamse meesters, gekleurde Europese mannen, in de regel een ‘gemakshuwelijk’ sloten met slavinnen of vrije vrouwen. De Afrikaanse Surinamers handhaafden een Afrikaans matriarchaat waarbij, volgens Anta Diop, de kinderen de status van de moeder volgen. Dat is een waarschijnlijke verklaring waarom kinderen van slavinnen en slavenmeesters meestal ook slaven werden. In een matriarchaat is het de broer van de moeder die de vaderlijke rol over zijn zusters kinderen vervult. Deze oom en de moeder van een jonge vrouw traden in onderhandeling met de meester en spraken de duur van het huwelijk af, de bruidschat, de plichten en rechten en de status van de kinderen. Daarna vond er een feestelijke ceremonie plaats ten overstaan van familie en vrienden. Sommige van deze Europese mannen waren reeds gehuwd of waren soldaten die niet mochten trouwen van het bestuur, dus was het gemakshuwelijk een uitstekende oplossing. De gehuwde gouverneur Cornelis van Aerssen (1625-1688) liet zijn rijzige markiezin thuis en sloot een gemakshuwelijk met een verder onbekende Indiaanse. Deze Surinaamse Pocahontes werd heel oud en kwam geregeld aan bij Charlotte van der Lith, de weduwe de Cheusses, die zij ‘dochter’ noemde.

Afb.1
Dit soort huwelijken kennen wij ook bij de Sjiieten. Zij worden door imams ingezegend, terwijl er vanaf het begin de duur en de bruidschat wordt vastgesteld, waarbij na verloop van dit contract, de ontbinding automatisch volgt. Soennieten beschouwen deze huwelijken als ‘genothuwelijken’ en verkapte prostitutie en wijzen naar Iran. Alle moslims erkennen dat het de Profeet der Islam zelf was die deze huwelijken goedkeurde, maar volgens de Soennieten, later verbood. Er is controverse of de Profeet ook zelf dit soort huwelijken heeft genoten. In andere landen met Sjiietische groepen wordt het echter als een legitieme optie naast het reguliere huwelijk gebruikt. Er is vastgesteld dat vele Afrikanen in Suriname moslims waren, terwijl polygamie ook deel is van de Afrikaanse cultuur.
Afb. 2
Op basis van deze soort gegevens stel ik vast dat de kolonisator en haar historici ons tot de dag van vandaag geen accuraat beeld gunt van de Surinaamse geschiedenis. Meer een onderdrukkende en zeer traumatiserende versie die gericht is op het onwetend houden. Maar ook om de gekoloniseerde Surinamers kennis en inspiratie over zelfbeschikking en politieke vrijheden te onthouden. De christelijke kerken kennen geen gemakshuwelijken dus spreekt men domweg van verkrachtingen. De plantages waren leef en werkgemeenschappen. Plantageslaven vormden matriarchale families en men trouwde exogaam, dus niet binnen de plantage. De plantages waren bedoeld om veel winst te maken en verkrachtingen zouden voor te veel onrust kunnen zorgen. Daarmee zou men de productie van koffie, suiker en cacao, die nauw luisterde, nodeloos kunnen verstoren. Hierin herken ik dus de oorsprong van het Surinaamse concubinaat, dat oorspronkelijk met garanties en zekerheden was ingebouwd. Maar ook een uiting van de vrijheidsgedachte en de persoonlijke zelfbeschikking zonder staats of geloofstirannie.
Afb. 3
Desalniettemin leest men van Amand Thoma, kerkouderling en de eerste schoonvader van Charles Godefroy, dat hij met zijn Basja, de Slaaf Coridon de Indiaanse Slavin Eva en Slavin Bellona deelde. Er ontstond pas ruzie tussen meester en slaaf toen Thoma de erkende vrouw van Coridon, Bessolina, aan Hector, een andere slaaf gaf. Dit gebeurde aan de aanvang van de grote Commewijne Slavenopstand in 1750 waarbij ter inleiding Thoma en zijn secretaris met mokers de hersenen werden ingeslagen. Eén van de leiders van de opstand, naast Coridon, was een mulat genaamd Amand en hij werd beschouwd als een zoon van Amand Thoma. Ondanks alles was Thoma een republikein die werd vervolgd voor het ondertekenen van een petitie, het Vertoog, tegen gouverneur Mauricius. Mauricius werd uiteindelijk in 1751 teruggeroepen en keerde niet terug naar Suriname.

Afb. 4
Men leest in het ‘Recueil’ van een andere slavin Eva die een relatie had met Raadslid Jan David Cellier, die was verloofd met Constance Pichot (1711-1768), met wie hij ongehuwd samenwoonde, wat wettelijk verboden was. Zij was de zuster van mr. Samuel Pichot, de leider van de republikeinen, en was lid van de rijkste en machtigste familie in Suriname. Eva stuurde Cellier een grote, dikke worst wat tot een ruzie met zijn verloofde leidde. Een toevallig aanwezige buurman nam de worst mee naar huis. Echter, Constance was erg boos en dreigde Cellier dat hij haar nooit meer zou mogen aanraken. Zij zou nog liever een Neeger (= Slaaf) nemen, dan met hem te vrijen. Constance had bij een eerder treffen in een suikermolen, een stuk hout naar Eva gegooid die het kind van Constance op de arm hield. Men vond daarom Constance erg jaloers, want zij had haar eigen kind kunnen treffen.
Afb. 5
Tenslotte trouwden Pichot en Cellier in 1748. Maar dat was geen regulier huwelijk, want gouverneur Mauricius wilde het voorgenomen huwelijk tien dagen uitstellen, zogenaamd vanwege ontbrekende stukken. Een voorwendsel, gaf hij toe, omdat hij liever zag dat (de schatrijke) Pichot trouwde met Raadslid Charles Godefroy, zijn familielid. Godefroy was naar de Republiek vertrokken om juist dit huwelijk voor te bereiden. Cellier, een republikein, deed zijn beklag bij de leidster Charlotte van Lith. Zij verliet toen, als een goede moeder haar huis in de hitte van het middaguur volgens Mauricius, om een clandestien huwelijk voor te bereiden. Zij schakelde Ds. Duvoisin, haar geliefde, van de rivaliserende Franslutherse kerk in en Pichot en Cellier werden nog diezelfde avond in zijn woning getrouwd. Vele republikeinen woonden dit huwelijk bij en men schrijft dat Cellier later veel moeite had om zijn huwelijk erkend te krijgen.
Afb. 6
Constance Pichot schijnt, net als andere Surinaamse plantersvrouwen, niet onder te hebben gedaan voor de mannen waar het de uitleving van hun seksualiteit betreft. Men verhaalt van getrouwde Surinaamse vrouwen die publiekelijk met elkaar op de vuist gingen om een derde man. Hierin zijn ze echter niet uniek vanwege de ‘vrije liefde’ in Europa, die een gevolg was van de Verlichting. Ook in Nederland werd er ‘geboeleerd’ dus ongehuwd samengewoond en werden er vele onwettige kinderen geboren. De auteur Madame de Staël is ook beroemd om haar liefdesleven en haar buitenechtelijke dochter, de prinses de Broglie. Men verwierp de macht van de kerk en volgde zijn eigen denken. Mauricius verhaald dat Charlotte van der Lith heeft verteld dat Constance halfnaakt en met losse haren was betrapt in de Palmentuin, gekleed als een Indiaanse. Verder zou Constance de moeder zijn van drie te vondeling gelegde kinderen waaronder een onwettige zoon van Raadslid Charles Godefroy. De zeer kleurrijke mevrouw Agnes Stukkenbroek - de L’Isle gaf getuigenis van een kind in fijne kleding waarop zijn naam was vastgespeld. Dit kind werd geadopteerd door Raadslid Visser en Charles gedoopt. Blijkbaar werden zulke kinderen als ‘pleegkinderen’ in het huishouden van één van hun ouders opgevoed. Er is vaker sprake van Europees uitziende kinderen op de plantages van wie de ouders niet bekend zouden zijn. Verder was er een non die reeds als kind naar een (Belgisch) klooster werd gestuurd, waarvan de familie Pichot gelooft dat zij de illegitieme dochter van Constance is. Ook is er een wild verhaal over twee aangespoelde dode kinderen in een kinderstoel die van boord waren geslagen en de buitenechtelijke kinderen van Constance zouden zijn geweest. Zij waren onderweg naar Europa.
Constance Pichot trouwde voor het eerst op dertien jarige leeftijd, aan huis. Was het gezien haar staat van dienst misschien een ‘moetje’ of werd zij vanwege dynastieke overwegingen uitgehuwelijkt? Zij werd weduwe en trouwde een negentien jaar ouder Raadslid Van Landsberge, een voorvader van de latere gouverneur. Vervolgens werd zij opnieuw weduwe en trouwde met Raadsfiscaal Van Meel, Openbaar Aanklager en de broer van de directeur van de Sociëteit van Suriname, de koloniale beheersmaatschappij. Toen beviel de weduwe Van Meel nog enkele malen en baarde ook het onwettige kind van Godefroy, waarna zij Cellier huwde. Haar legitieme kinderen trouwden in de geldhongerige Europese adel.
In dit kader loont het om naar de andere kolonies te kijken en men leest van een Amerikaanse vrouw die klaagt dat de meesters net als de patriarchen uit de Bijbel heersen over hun vrouwen en bijvrouwen. De witte en de vele zwarte kinderen in het grote huis vertonen grote gelijkenis en zijn elkanders halfbroeders. In Suriname was zelf vier procent van de witte, gedoopte kinderen onwettig. De plantersfamilie van de gekleurde dichteres Elisabeth Barrett - Browning uit Jamaica kende een zwarte en een witte bastaardtak die hun aandeel in de plantage-erfenis opeisten. Opvallend in de Barrett familie is dat haar vader al zijn kinderen verbood te trouwen. Toch werden ook in Suriname slavinnen door hun ‘echtgenoot’ met hun gemengde kinderen gemanummiteerd. Of soms alleen de kinderen die hun moeder, broers en zusters erfden of hen later vrijkochten. Zowel slaven als gemanumitteerde slaven werden Surinaamse slavenhouders, een feit dat mijn critici mij erg kwalijk nemen.
Godefroy was getrouwd met de schoonmoeder van de oudste zoon van Mauricius. Daarna huwde hij als weduwnaar met de buurvouw van Maria Susanna Du Plessis, die de meesteres was van de schone Johanna, die op haar beurt de vrouw werd van Stedman. Men zou kunnen denken dat de wilde verhalen over Maria Susanna ook via Johanna bij Stedman terechtkwamen. Raadslid Godefroy zelf werd door spionnen van zijn eerste vrouw (‘het dikke wijf van Godefroy’), een dochter van Thoma, op heterdaad betrapt bij overspel en zij gaf hem aan bij het bestuur. De volgende dag recanteerde zij echter, gezien de drastische gevolgen van de aangifte voor haar echtgenoot, en verklaarde te haastig en uit jaloezie te hebben gehandeld. Mauricius was niet erg vrouwvriendelijke en sprak over de republikeinse vrouwen als: ‘Onbeschaamde, oude vrouwen die zich met bestuurszaken bemoeien.’ Mevrouw Scherpingh, een tegenstander, noemde hij ‘dat kwaaie wijf, de gouvernante aan de Waterkant,’ vanwege haar vele vermeende uitspattingen. Mauricius en zijn vrouw stonden bekend als ‘De beul van Hamburg’ en ‘Trien van Hamburg.’
De republikeinen beschuldigden Charles Godefroy van ‘vrouwenkracht.’ Er is een vreemd verhaal in het ‘Recueil’ van een huisbediende, een vrije vrouw, die met de instemming van haar echtgenoot van de plantage vertrok om in de stad haar werkgever Godefroy om geld te vragen voor nieuwe schoenen. Hij was niet thuis, en omdat zij zich niet lekker voelde, lieten de mensen van het huis haar in een slaapkamer uitrusten. In de nacht werd ze gewekt door Godefroy die haar probeerde te verleiden, zeggende dat zij kinderloos was omdat haar man een slappeling was. Ze slaagde erin hem af te weren. Maar hij keerde terug en verkrachtte haar, waarna hij haar verliet. Na enkele uren kwam hij terug en verkrachtte haar opnieuw. Terug op de plantage werd zij ziek en op haar doodsbed gaf zij aan haar echtgenoot en vrienden getuigenis. Persoonlijk begrijp ik niet waarom zij nog bleef slapen in het huis waar haar verkrachter rondliep, en ook de andere omstandigheden geven mij twijfel. Maar goed, ik was er niet bij. Dit zijn de dilemma’s van de onderzoeker: detective spelen! Tijdens een muziekavond bij Godefroy regende het republikeinse stenen op zijn sinteldak en gouverneur Mauricius en mevrouw de gouvernante moesten een gehaaste aftocht blazen. Godefroy incasseerde een steen. 
Afb. 8
Er zijn veel huiveringwekkende beschuldigingen, over en weer, die niet altijd de toets der kritiek doorstaan, maar meer een beeld geven van de innerlijke mens. Voor ons is er een vertekening omdat alleen opvallende zaken werden opgetekend, waardoor het lijkt alsof onze voorouders rusteloos in de weer waren als simpele personages uit een cartoonfilm. Helemaal overgeleverd aan de menselijke zwakheden en weinig verheffende emoties. Vechtpartijen in de eliteclub, knokploegen, mensen die op straat afgeranseld werden omdat zij van de andere partij waren, scheldpartijen in de Raad, beschuldigingen van moord in de allerhoogste kringen en een woeste dans om het geld. Toch kan men niet spreken van een chaos want men hechtte aan de uiterlijke vormen. Mauricius schreef dat de republikeinen leidster Charlotte van der Lith, wiens familie machtig was aan het Franse hof, zich overdreven chique gedroeg. In de bronnen leest men van slaven die na een proces werden vrijgesproken. Persoonlijk was ik zeer onder de indruk van een proces over illegale slavenhandel in vrije Indianen tegen Mauricius, waarbij de getuige de Vrije Diana, per gouvermentsboot werd opgehaald in de Commewijne en daarna weer keurig teruggebracht. 
Mevrouw Agnes Stukkenbroek was de dochter van een vrije Indiaanse Maury en een slaaf van de familie Van der Werve. Men probeerde haar van haar erfdeel van plantage ‘t Eilandt te beroven en dat verklaart waarom zij zo een vechtersmentaliteit kreeg. Zij woonde aan de Waterkant en behoorde tot de rijkste elite. Mauricius verklaart: ‘Er is geen viswijf dat haar surpasseert in energieke en uitgezochte scheldwoorden.’ De achttiende eeuwse scheldwoorden zijn, amusant genoeg, dezelfde die Surinamers vandaag ook gebruiken. Van Stukkenbroek riep op haar gebruikelijke luidruchtige toon bij het verlaten van de rechtszaal, dat het bestuur mr. Aubin Nepveu ten onrechte buiten vervolging had gesteld en liet ontkomen naar de Republiek, terwijl hij bij zijn eigen zus een kindje had geteeld. Dat het incestueuze Nepveu kindje overleden was en in een kleine, roze geschilderde doos naast het huis was begraven. Aubin was een broer van de latere gouverneur en vriend van de advocaat van de tegenpartij. Zij bood aan om nog andere levende getuigen te kunnen opnoemen. In die tijden, voor DNA vaderschapstesten, werd de in barensnood verkerende vrouw geprest de naam van de vader te onthullen. Aubin Nepveu werd ook in flagranti delicto betrapt bij overspel met een getrouwde vrouw. Hij leefde verder openlijk met een andere getrouwde vrouw, tot groot ongenoegen van de andere huisbewoners. De broeders Nepveu behoorden tot het kamp van Mauricius en zo kon hij vervolging ontlopen. Aubin werd ook beschuldigd van het slaan van zijn vader, maar Mauricius verklaart dat het om zijn stiefvader ging. 
Afb. 9
Agnes van Stukkenbroek wist door haar gescheld en vieze woorden de dienaren van het gerechtshof op afstand te houden die haar man kwamen aanhouden. Problemen rond de financiën van het weeshuis. Er bestaan ook stukken waarin zij verklaart in de Oude Oranjetuin (de begraafplaats, tegenwoordig het Kerkplein) afgeranseld te zijn door mr. Liederstreum. Eerst met zijn wandelstok die hij op haar stuksloeg, daarna met de parasolstok van haar slavin. Er bestaat een doktersverklaring over al haar blauwe plekken. Hij verklaarde dat zij hem op onbehoorlijke toon had aangesproken. Stukkenbroek was republikeinse en Liederstreum een medestander van Mauricius. Hij schrijft erg minachtend dat zij afstamde van een slaaf maar zich uitgaf voor een dame.
In Van Lier lezen wij van ene Judith de Castre die beviel van een ‘mulattenkind’ en daarna ene Jean Milton huwde. Het bestuur verbood in 1711 dat zij of haar moeder het kind aan de stad zouden brengen. Toen daarna Barend Roelofs wilde scheiden van zijn huisvrouw Maria Keyser, die na ‘vleselijke conversatie’ met een zwarte man beviel van een ‘mulattenmeisje,’ was de maat helemaal vol. Gouverneur de Goyer vaardigde een plakkaat uit welke bepaalde dat zulke ongehuwde vrouwen afgeranseld en gedeporteerd zullen worden, de getrouwde vrouw zal men ook nog brandmerken en de zwarte man zal men terechtstellen. Sommige commentatoren beschouwden deze soort relaties als een vorm van bestialiteit, want men was hard op weg zwarten tot dieren te verklaren. Slechts tweevijfde mens en drievijfde beest. Dat vrouwen, als van nature inferieure wezens, in de macht kwamen van nog meer inferieure wezens, was te weerzinwekkend voor contemplatie. Interessant is dat het hier om gekleurde, Europese vrouwen gaat, die men aanduidde als ‘blanken.’ Ik vermoed dat men meer de precedentwerking en de gevolgen voor de sociale hiërarchie vreesde als vrije Europese vrouwen met slaven of vrije zwarte mannen relaties aangingen.
Tenslotte was het de goede gouverneur de Cheusses, een kleinzoon van Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck, die in 1731 tot zijn afgrijzen ontdekte dat de gruwel van Sodom en Gomorra zich ook in Suriname voltrok en dat inspecteur Matthijs de Goyer, de eenenveertigejarige zoon van de voormalige gouverneur, de hoofdschuldige was. De negentwintigjarige Basja Govert werd verhoord, maar hij ontkende ontuchtige masturbatiespelletjes met De Goyer. Hij gaf aan dat hij De Goyer slechts warm water had gebracht voor een scheerbeurt. Maar was ook geen getuige geweest van anale gemeenschap door De Goyer op Govert’s meester Van Vliet, in een hangmat. Na verhoren kwam vast te staan dat De Goyer anale seks had gehad met enkele mannen. Met andere soldaten en zeemannen had hij, tegen betaling, alleen afgetrokken wat een minder groot vergrijp was. De grote vrees was dat Gods Toorn de hele kolonie Suriname zou treffen vanwege deze Sodomitische ontucht, als het onbestraft bleef. Dus werd De Goyer ter dood veroordeeld. Hij werd langzaam, half verwurgd en tegelijk op een klein vuurtje geroosterd, waarna zijn half verkoolde lijk, verzwaart met honderd pond, in zee werd geworpen om het land niet te verontreinigen met deze ergerlijke zonde.
Ook in dit geval zien wij gebeurtenissen die verband houden met de Republiek waar er, tussen 1730-1732 met een uitloop tot 1737, ongeveer driehonderd mannen gerechtelijk vervolgd werden wegens sodomie, waarvan vijfenzeventig mannen de doodstraf kregen. Velen kregen gevangenisstraffen of ontvluchtten naar Engeland en Duitsland. In Frankrijk en Italië voltrokken zich overeenkomstige processen.
Bron: Egmond Codfried, Maria Susanna Du Plessis: Dader of slachtoffer? Egmond Codfried, Den Haag 2005, achtste herziene uitgave (2003) ISBN 90 808067 1 4
Laatst bewerkt door Egmond Codfried (2006-10-06 14:58:35)
AFBEELDINGEN: 
Afb. 1 The Barbadoes Mulatto Girl, an engraving published at London in 1779, after a c. 1764 painting by Agostino Brunias. Barbados Museum & Historical Society, Bridgetown, Barbados.
Afb. 2 Koloniaal Latijns Amerika, Laat achttiende, vroeg negentiende eeuw
Afb. 3 Koloniaal Latijns Amerika, Laat achttiende, vroeg negentiende eeuw
Afb. 4 Velazquez
Afb. 5 ?
Afb. 6 De Schone Johanna. John Gabriël Stedman (1744 – 5 maart 1797) was een Schots-Nederlandse soldaat in de Schotse Brigade van het Nederlandse leger. Als vrijwilliger hielp hij mee bij het onderdrukken van een slavenopstand in Suriname. Hij werd verliefd op een slavin [Johann], en probeerde haar vrij te kopen. Over zijn ervaringen schreef hij een invloedrijk boek.
Afb. 8 Anna) Maria Sibylla Merian (Frankfurt am Main, 2 april 1647 - Amsterdam, 13 januari 1717) was een Duitse natuurliefhebster en illustrator die planten en insecten bestudeerde en daar gedetailleerde tekeningen van vervaardigde. Haar observaties en documentatie van de metamorfose van rupsen tot vlinders zijn een belangrijke, zij het niet algemeen bekende bijdrage aan de entomologie. Zij was voor zover bekend de eerste die de insecten tekende samen met de plant waar ze op gedijden.
Afb. 9 Jan Jacob Mauricius
Mauricius, Jan Jacob geboren in Amsterdam op 3 Mei 1692 en overleden in Hamburg op 21 maart 1768, Nederlands gouverneur-generaal van Suriname,
  


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen